Oct 28

De mobiele wasinstallatie Rema-mobilewashing is een nieuwe en unieke installatie ontwikkeld door de firma Rematech en dit voor mobiele toepassingen voor het wassen van gerecycleerde granulaten, zeefzand, breekzand, vervuild spoorweggrind en vele andere toepassingen in oa. de petrochemische industrie.


 

De wasprocedure levert kwalitatieve zuivere fracties op welke een aanzienlijke meerwaarde betekenen voor het hergebruik van de producten in beton en mengcentrales.

Deze mobiele wasser voor puingranulaat/spoorweggrind in combinatie met waterzuivering systeem, is uitermate geschikt voor het wassen van puingranulaat/spoorweggrind met een capaciteit a 60 – 80 ton/uur (afhankelijk van het opgave materiaal) .

De installatie kan worden ingezet voor het wassen, ontzanden en ontslibben van puingranulaten en verontreinigd spoorweggrind (0-40 mm)..

Het vrijkomende water met zand en slibresten wordt opgevangen en naar een zand/slib scheidings- systeem verpompt.

Het zandwater wordt door een zand ontwateringzeef van het zand ontdaan en het slibwater wordt in een waterzuivering/bezinker systeem gevoerd.

De afgescheiden vervuiling zoals plastiek, hout, polystreem en organisch materiaal worden via de ontwateringszeef in een container afgescheiden.

Het gezuiverde water wordt opnieuw in het proces hergebruikt. Hiermee wordt het verbruik van proceswater tot een minimum wordt beperkt.

puingranulaten

puingranulaten

 

De ganse installatie is transporteerbaar via containeraanhangers en de samenstelling is modulair uitbreidbaar al naar gelang het te wassen opgavemateriaal, de gewenste capaciteit en het te behalen eindresultaat.

Er kan zowel gewerkt worden in open als in gesloten watercircuit.

De opstelling van de installatie voor het wassen van granulaat neemt maar enkele uren in beslag en beperkt zich tot een voetafdruk van 50 vierkante meter.

Voor alle gewenste inlichtingen in verband met uw toepassingen contacteer ons vrijblijvend   info@naessens-hydraulics.be

Jun 10

 

gewassen puin

gewassen puin

 COPRO is een onafhankelijk keuringsorgaan die als doel heeft de kwaliteit en de controle

erop in de bouwsector te bevorderen. COPRO werd opgericht door enerzijds de openbare

instellingen en de gebruikers van de producten die COPRO controleert.

De algemene vergadering van COPRO is samengesteld uit vertegenwoordigers van beide

oprichtende partijen.

Voor ieder product of productengroep stelt COPRO een adviesraad en een certificatiecomité

in. De adviesraad beheert de reglementen en de technische voorschriften. Het

certificatiecomité staat in voor het beheer van de individuele certificatiedossiers.

Certificatie en keuring volgens COPRO

De COPRO-certificatie is een productiecertificatie waarbij strenge eisen aan het productie- en

het kwaliteitssysteem worden gesteld. De vzw COPRO is BELCERT- en BELTEST geaccrediteerd voor de certificatie en keuring van puingranulaten. Dit zijn instellingen van het ministerie van Economische zaken die de Europese kwaliteitsnormen voor controleorganismen controleren.[

Puingranulaten moeten aan milieuhygiënische eisen van het VLAREA voldoen, maar dienen

eveneens een bouwtechnische waarde te bezitten. Zoals eerder beschreven wordt vanaf 2007

het bouwtechnisch gedeelte van de certificering van puingranulaten overgenomen door

BENOR.

Het milieuhygiënisch gedeelte wordt door COPRO verzorgd.

De milieuhygiënische controle dient jaarlijks te gebeuren. Hierbij is de fabrikant

verantwoordelijk voor deze controle, die conform het VLAREA wordt uitgevoerd. Zo wordt

er hierbij nagegaan in welke mate de fysische en chemische verontreiniging van de puingranulaten voldoen aan de eisen van het VLAREA.

De fysische eisen worden gecontroleerd door middel van de identificatieproef volgens PTV

 

Naar de privé-sector toe kunnen evenwel ook niet genormaliseerde producten worden

gecertificeerd. Hier worden enkel de eisen van de fysische en chemische verontreiniging,

aangevuld met een door de fabrikanten vastgelegde korrelverdeling, gecontroleerd.

 

 Er worden drie soorten van COPRO-certificatie voor puingranulaten onderscheiden:

1-partijkeuringen

2- certificatie van de milieuhygiënische kwaliteit van puingranulaten

geproduceerd door een mobiele installatie (TRA M11)

3- certificatie van de milieuhygiënische kwaliteit van puingranulaten

geproduceerd op vaste locatie (TRA M10)

 

-Partijkeuringen

Partijkeuringen zijn mogelijk voor alle producten waarvoor geen certificatie bestaat of

waarvoor de producent geen certificaat heeft.

Met partijkeuringen wordt aangetoond dat een naar behoren geïdentificeerde partij in

overeenstemming is met een bepaald keuringsdocument.[28, 43]

Partijkeuringen worden enkel uitgevoerd wanneer ze beantwoorden aan de volgende drie

gestelde voorwaarden:

1- Het puin is afkomstig van één werf (geen aanvoer).

2- Het puingranulaat wordt geproduceerd op dezelfde werf (of op een

oordeelkundig gekozen terrein in de onmiddellijke omgeving ervan).

3- Het puingranulaat wordt op dezelfde werf terug toegepast (geen afvoer).

Een partijkeuring leidt tot een uniek attest (dat de aard, de hoeveelheid en de toepasselijke

Identificatie van de gekeurde partij vermeldt.)

Certificatie van puingranulaten geproduceerd op vaste locatie (TRA M 10)

Na een toelatingsperiode en een positieve evaluatie van de kwaliteitscontrole op de

verschillende producten ontvangt de producent van de puingranulaten een algemeen

certificaat per productie-eenheid. De kwaliteitscontrole op de producten behelst een

zelfcontrole en een externe controle uitgevoerd door COPRO.[43, TRA M10]

De vergunninghouder specificeert zijn productengamma aan de hand van een door de

keuringsinstelling (COPRO) gewaarmerkte technische fiche voor ieder gecertificeerd product.

Deze technische fiche maakt integrerend deel uit van het certificaat.

Van zodra de vergunning verleend wordt, moet bij iedere vracht van het gecertificeerd

product de vermelding : “met certificaat COPRO”, gevolgd door het identificatienummer van

de vergunninghouder en het identificatienummer van de technische fiche vermeld worden.

Eveneens dient een omschrijving van het product en eventueel zijn toepassing vermeld te

worden.

Voor iedere vracht dient de bouwheer een originele leveringsbon te ontvangen. Op

eenvoudige aanvraag is de fabrikant verplicht een kopie van het certificaat en de

gewaarmerkte fiche af te leveren.

 

Certificatie van puingranulaten geproduceerd door een mobiele installatie (TRA

M11)

Deze certificatie werd gebaseerd op dezelfde principes als de basisprincipes voor de vaste

locaties.

Bij deze certificatie worden er twee gevallen onderscheiden naargelang de plaats waar de

puingranulaten worden geproduceerd.

1- Op de bouw- en sloopplaats (of op een oordeelkundig terrein in de

onmiddellijke nabijheid).

Hierbij mag er in geen geval puin worden aangevoerd van andere werven.

2- Op een vaste locatie.

Hierbij wordt de procedure gevolgd op analoge manier als bij een

breekinstallatie op vaste locatie.

Eisen voor gerecycleerde granulaten

In het PTV 406 worden zowat alle eigenschappen, eisen en proefmethodes overgenomen uit de Europese geharmoniseerde normen voor granulaten.

Wel wordt er een onderscheid gemaakt volgens belangrijkheid.

Samenstelling – soort puingranulaat

Door middel van de identificatieproef, beschreven in bijlage A van het PTV 406 wordt het granulaat geclassificeerd in functie van de samenstelling. Hierbij dient

opgemerkt dat elke individuele eis moet gerespecteerd worden.

De puingranulaten mogen verder geen elementen bevatten waarvan de aard, de vorm, de

afmetingen en het gehalte het gebruik kunnen schaden; zoals kleiklonters, kool, ligniet, cokes,

oplosbare of onoplosbare zouten, zwarte steenkoolhoudende leisteen, vuurvaste steen enz.

Bovendien mogen de puingranulaten geen elementen bevatten die door de geldende

milieuwetgeving verboden worden, zoals vb. asbestcement.

Voorschriften met betrekking tot de korrelverdeling

De korrelmaat en spreidingscategorieën van de korrelverdeling worden door de fabrikant

opgegeven overeenkomstig de voorschriften van de normen NBN EN 12620 en NBN EN

13242 (naargelang de toepassing). Naast deze minimale eisen kan de fabrikant steeds één of

meerdere zeven toevoegen en voor deze zeven bijkomende grenzen bepalen.

Gehalte aan bestanddelen die de binding of verharding van cement verstoren

Ook hier worden de algemene voorschriften uit de normen gevolgd.

Als eerste methode wordt met behulp van de NaOH-test bepaald in hoeverre er organische

 bestanddelen aanwezig zijn in de granulaten. Indien de bovendrijvende vloeistof in de proef

een lichtere kleur aanneemt dan de standaardkleuren, mogen de granulaten als vrij van

organische stoffen beschouwd worden en bijgevolg gekenmerkt als OSPass.

Indien niet, wordt de fulvozuurtest uitgevoerd. Ook bij deze proef geldt dat, indien de

bovendrijvende vloeistof een lichtere kleur aanneemt dan de standaardkleur, de granulaten als

vrij van organische stoffen mogen beschouwd worden en dus gekenmerkt als OSPass.

Indien dit niet het geval is, wordt de mortelproef uitgevoerd. Indien aan beide

eisen voldaan is, worden de granulaten gekenmerkt als OSPass, indien niet, krijgen ze het

kenmerk OSFail mee.

Aanvullende voorschriften

Indien het wordt vereist, wordt de controle van de algemene voorschriften uitgebreid met één

of meerdere van de volgende aanvullende voorschriften. Deze eigenschappen worden bepaald

en gecatalogeerd aan de hand van de proefmethodes zoals bepaald in het PTV 406.

De volgende aanvullende voorschriften worden onderscheiden:

- Korrelvorm

- Gehalte aan ronde stenen

- Gehalte aan schelpen bij steenslag

- Gehalte aan fijne deeltjes

- Kwaliteit van de fijne deeltjes

- Weerstand tegen verbrijzeling

- Weerstand tegen afslijting

- Droge volumieke massa

- Wateropslorping

- Weerstand tegen vorst-dooi

- Gehalte aan zuuroplosbare sulfaten

- Totaal gehalte aan zwavel

- Volumetrische stabiliteit

- Gehalte aan chloorione

puingranulaten

puingranulaten


(BCF_FORM)

Tagged with:
Copyright 2008-2011 Naessens hydraulics, Filip Naessens, All rights reserved.